Jump to content
High-End Forums

Anathema

Members
  • Content count

    7
  • Joined

  • Last visited

About Anathema

  • Rank
    Junior Member

Profile Information

  • Gender
    Male
  • Location
    Voorburg
  • Interests
    Historische opnamen en buizenversterkers
  1. Mijn setje

    Mijn platencollectie was de vrucht van (om dat cliché ook eens te gebruiken) vele jaren stug platen kopen en de (mijn) bereidheid de nabestaanden van ontslapen familieleden, vrienden en buren te ontlasten van bergen LP's. Daarbij was ik een graag bezoeker van rommelmarkten. In mijn jeugd ging het nog niet zo hard. Alleen bij gelegenheid van mijn verjaardag mocht ik een dure LP van Philips of DECCA op mijn verlanglijst zetten. De rest van het jaar zocht ik mijn heil in 'el cheapo' labels als MMS/Concert Hall, Plymouth en Remington. Later kwamen daar nog 'Music for pleasure' (uit de catalogus gegooide opnamen van EMI/HMV) en Supraphon bij. Dit kabbelde zo door. Tot de afgrond zich opende. Luister & huiver. Van MuziekLIEFHEBBER werd ik namelijk VERZAMELAAR. En niet een gerichte verzamelaar in de trant van 'alles van Heifetz' of alles van de 'Havenklanten'. Iedereen die viool speelde werd dwangmatig binnen geharkt. Tot overmaat van ramp kwam daar nog, zij het wat minder extreem, de pianistiek bij. En dan gaat het ineens erg snel. Ik hield vroeger een database bij van mijn LP's en CD's. En op een bepaald moment bleek dat mijn verzameling onder meer betrekking had op 151 verschillende uitvoeringen van het vioolconcert van van Beethoven. In aanmerking nemend dat ik hooguit naar vier of vijf uitvoeringen luister, vroeg dit dus nadrukkelijk om herbezinning. Maar inmiddels begint ook mijn CD-verzameling opdringerige vormen aan te nemen …............................................... Ik heb eerder gezegd dat de 'impedantie' van mijn echtgenote reden was van het verdwijnen van mijn IMF luidsprekers. Nou was zij er inderdaad niet dol op, maar de echte reden was dat, in tegenstelling tot de zolderruimte in mijn vorige huis, ik de luidsprekers in mijn nieuwe -grote- woonkamer niet goed aan de praat kreeg. Samenvattend: het klonk niet zoals ik het gewend was. Mogelijk speelt de vorm van de kamer hierbij een rol, want het is namelijk niet zo'n voorspelbare rechthoek. Een redelijk resultaat was wel haalbaar als ik de luidsprekers, inclusief die stalen onderstellen, voor het raam zette. Maar dan eindigde de luisterstoel wel midden in de kamer. Op de middenstip, zal ik maar zeggen. Dus luister ik ik inmiddels in mijn eigen kamer naar muziek via de DM2a's. Op zich niet zo'n ramp want mijn liefde voor het imposante orkestrale geweld (Bruckner, Mahler, Sibelius en Strauss) is na al die jaren wel een beetje bekoeld. Daarvoor in de plaats is de kamermuziek gekomen. En ook de barokmuziek, ook al is mij de opvatting van Strawinsky dat Vivaldi tachtig keer hetzelfde vioolconcert heeft gecomponeerd, altijd bijgebleven. Maar voor die muziek zijn die B&W's prima geschikt. Al riep de foto van die Cambridge Audio TL toch wel weer enige weemoed op. @Mumsoft: De Celestion en de Coles tweeters in mijn B&W's doen het nog goed dus ik hoef voorlopig niet op zoek naar invallers. Maar bedankt voor het meedenken. Overigens bestaan er van die Celestion tweeters (ook bij KEF luidsprekers uit het verleden trouwens) verschillende uitvoeringen dus is het altijd een beetje puzzelen. @Carl: inderdaad. De Quad ESL. Bij mijn weten hebben Raymond Cooke en zijn opvolgers nooit iets met elektrostatische luidsprekers van doen gehad. Mijn rugklachten zijn het gevolg van Scoliose. In Jip-en-Janneke-taal: ik groei dus al een aantal jaren krom. Binnenkort ben ik in de gelegenheid de rol van de klokkenluider van de Notre Dame aan mijn repertoire toe te voegen. En mijn medicijnman heeft mij ten strengste verboden zelfs maar te denken aan sportscholen en/of hardlopen.
  2. suggesties gevraagd

    De persoon in kwestie heette Alessandro Moreschi en wat hij zingt (zong?) is het 'Ave Maria' van Bach/Gounod. Een monstrum waarvoor Gounod in alle opzichten verantwoordelijk is en niet Bach (die schreef alleen een prelude bestaande uit gebroken akkoorden en daarbij is Mariaverering ook niet echt Luthers). De opnamen, want er zijn er meerdere, zijn van rond 1904 en gemaakt door 'Gramophone & Typewriter'. Er is sprake van een aantal solo's gezongen door Moreschi en opnamen van het koor van de Sixtijnse Kapel waarvan Moreschi deel uitmaakte. Het is mogelijk dat G & T een rariteit voor de 'eeuwigheid' wilden vastleggen. Maar in aanmerking nemend dat G & T in die tijd ook opnamen maakte van de Sarasate, Joachim en naar ik meen ook Wilhelmj, doet eerder vermoeden dat gewoon geld verdienen als uitgangspunt diende. Gewoon een nieuw businessmodel. De omstandigheden waaronder die opnamen technisch tot stand kwamen, zijn mij niet bekend. De opname in mijn bezit (als ik hem nog heb) kwam overigens niet van een uiterst zeldzame 78-toerenplaat maar gewoon van een EMI-verzamel LP uitgebracht omdat EMI (plus HMV/Capitol en G & T) zoveel jaren bestond. De plaat omvatte meer rariteiten zoals de stemmen van allang dode vorsten, bekende Engelsen zoals Florence Nightingale en de Ier Bernard Shaw en enkele artiesten. Plus het geluid van het afvuren van Engelse gifgasgranaten ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Ach ja. Terugkomend op Moreschi, De hiervoor genoemde opname van het Ave Maria is te beluisteren via zowel YouTube als een aantal Wikipediapagina's.
  3. suggesties gevraagd

    Tja, castraten. De voornaamste reden van hun bestaan, afgezien van het feit dat in sommige streken zangeressen niet op prijs werden gesteld, had van doen met het feit dat zij hetzelfde konden als zangeressen, maar dit alleen veel langer volhielden. Vandaar die soms wat opmerkelijk lange aria's uit die tijd. Een aantal was nogal beroemd, dus lijkt het mij dat wel geklonken moet hebben. Ik beschik over één opname van een castraat. En om eerlijk te zijn klinkt het of de (onverdoofde) operatie nog gaande is. De opmerking aangaande virtuositeit is inderdaad van mijn kant wat erg kort door de bocht geformuleerd. Want de mate van vocale virtuositeit zoals wij die nu kennen gaat zelfs terug tot voor Händel. En er zijn nog altijd zangeressen die toch wat moeten wegslikken als zij voor de de rol van de Koningin van de nacht uit de 'Zauberflöte' van Mozart worden gevraagd. Want in een opnamestudio kan er veel worden 'gerepareerd', maar op het podium sta je er volstrekt alleen voor. En zo dik gezaaid zijn dramatische coloratuursopranen (met stalen zenuwen) nou ook weer niet. Maar ook als ik in aanmerking neem dat van Beethoven minstens één uiterst lastige pianosonate op zijn geweten heeft (de 'Hammerklaviersonate'), had de virtuositeit van die tijd toch met name betrekking op iets als vingervlugheid. Zoals bijvoorbeeld bij Mendelssohn, von Weber, Herz en Hummel. En dat verschilt toch wel van de enorm opgeschroefde eisen die in het laatste kwart van de 19e eeuw aan pianisten werden gesteld. Voorbeelden te over: Islamey van Balakirev en Godovsky die de etudes van Chopin zodanig arrangeert dat zij bijna onspeelbaar zijn. Niet voor hem overigens. Wat later, 'Gaspard de la nuit' van Ravel. Of Samuel Feinberg die het 3e deel van de 6e symfonie van Tchaikovsky voor piano bewerkt. Gewoon, niet om te spelen maar om te kijken of het kan. Nou het kon. Lazar Berman speelde het zelfs, tot verbijstering van iedereen. Of het er mee te maken had dat Berman in zijn studietijd 14 uur per dag oefende weet ik niet. Maar wel dat hij, toen het Italiaanse publiek bleef zeuren om nog een toegift, hij er nog het laatste deel van een pianosonate van Chopin tegenaan gooide. Maar uit balorigheid spelend met gekruiste handen. Eerlijk gezegd ben ik bijzonder gesteld op virtuositeit. Want het leven kan niet zonder, of het nou om muziek, schilderkunst of voor mijn part driebanden gaat. 'Night in Tunisia' met Charly Parker en Dizzy Gillespie. Of, iets minder lang geleden, 'Going home' door 'Ten years after' op Woodstock. Want ik zat wel op het puntje van mijn stoel.
  4. Mijn setje

    Ik vrees dat voor wat betreft mijn geluidsinstallatie ik bij nagenoeg iedereen hier achterblijf. Een Melody SP-9 versterker, twee B&W dm2a luidsprekers, een Marantz CD-speler en een werkloze DUAL CS 505-4 platenspeler die mij vanuit de kast verbitterd aankijkt, want bij mijn laatste verhuizing was ik genoodzaakt nagenoeg mijn gehele platenverzameling van circa 8 kubieke meter weg te doen. Uit plaatsgebrek, want in mijn vorige huis beschikte ik over een garage (maar niet over een auto). Dat voordeel biedt mijn huidige flat niet. Ik denk dat dit mijn laatste installatie wordt want ik ben niet van plan er nog veel geld aan te besteden. Dat is in het verleden al ruimschoots gebeurd. En dan leef ik maar met de omstandigheid dat mijn luidsprekers graag wat meer stroom zouden willen zien dan mijn in triode gezette KT88 buisjes kunnen leveren. En de vrees dat mijn luidsprekers het begeven: die Coles tweeter is nog wel te vervangen, maar de Celestion midden/hoog is hooguit nog als geriatrisch probleemgeval te vinden. Voor opmerkelijk veel geld. Overigens zijn aan mijn huidige installatie de nodige voorgangers vooraf gegaan. Voorgangers die vooral moeten worden gekarakteriseerd als weinig verrassend. Waar ik nog wel goede herinneringen aan heb waren versterkers van Luxman, Sansui, Sony, Leak, Sugden en Quad. En eigenlijk ook Pioneer. Mijn eerste luidsprekers waren van DUAL (wat valt daar te lachen?). Maar daar kwam na korte tijd wel verandering in. Meestal werden het Engelse luidsprekers, afgewisseld met Franse zoals Cabasse, Davis en Focal. Maar de meest indrukwekkende was toch wel de IMF TLS-80 II, een vierweg transmissielijnluidspreker. Die deden op de grote luisterzolder van mijn vorige huis op indrukwekkende wijze hun best, maar hebben de verhuizing naar mijn huidige flat helaas maar een jaar overleefd. Mijn echtgenote heeft namelijk niet zoveel op met (zichtbare) geluidsapparatuur. En onze muzikale voorkeuren lopen ook nogal uiteen, to put it mildly. Parallel aan deze panklaar aangeschafte apparatuur, was er ook nog het pad van zelfbouw. Ooit, lang geleden, begonnen met Philips bouwdozen (HF???). Vervolgens een nogal door QUAD geïnspireerde Hart-versterker (John van der Sluis?), een Linsley Hood versterker en daarna nog twee versterkers uit de Audio&Techniek-stal. De wedergeboorte van de buizenversterker leidde er vervolgens toe dat ik mij ook in die richting ben gaan bewegen. Met afwisselend succes. Dat lag niet aan die versterkers maar meer aan mijn onvermogen iets als een fatsoenlijk ogende behuizing in elkaar te zetten. De renovatie van een bejaarde DYNACO SCA-35-versterker met behulp van nieuwe prints aan de hand van een deels gewijzigd ontwerp, heb ik inmiddels afgeblazen. Dit als gevolg van een nogal onwillige rug. Luidsprekers ontsnapten al evenmin aan mijn, eh, 'streven naar perfectie'. Een groot deel kan onbenoemd blijven, maar de laatste vijf waren transmissielijnluidsprekers, gebaseerd op de -toen- voor de hand liggende combinatie van KEF, Celestion en Coles/STC-luidsprekers. Een aardig voorbeeld was 'The-State-of-the-Art luidspreker. Een vierwegsysteem met vijf luidsprekers (wist ik veel hoe gruwelijk de som van al die afstraalkarakteristieken er uitzag?). Het spijt mij te moeten zeggen maar de KEF-electrostatische luidsprekers en de Radford versterker ontbreken helaas in het voorgaande. De electrostatische luidsprekers leken mij niet verstandig in combinatie met katten en kleine kinderen en vervolgens kleinkinderen. De Radford buizenversterker was alleen nog antiquarisch in Engeland te krijgen en dat voor een belachelijke vraagprijs. You can't always get what you want.
  5. suggesties gevraagd

    Ter geruststelling, mijn bijdrage is uit het hoofd gecomponeerd. De mogelijke 'names dropping' ten spijt. En beslist niet bedoeld 'pour épater les bourgeois'. Tot zover deze kleine verantwoording. Ik ben op mijn 6e jaar met vioollessen begonnen (moest van mijn moeder die op haar beurt haar manier van opvoeden weer baseerde op die van haar Wagneriaanse moeder met alle beperkingen van dien) en ik ben nu 65 jaar verder. De vioollessen verliepen kennelijk naar wens en dientengevolge kwam ik op het conservatorium terecht. Helaas randde ik op mijn 19e jaar met mijn (een oude leger Matchless) motorfiets een Lelijke Eend aan. Niet alleen die 2CV was gedefloreerd, maar ook mijn linkerhand. Ik heb vervolgens dertig jaar geen viool meer aangeraakt, maar het nadien weer geprobeerd. Om het vriendelijk te formuleren: op den duur ging het wel weer. Een beetje. Uiteraard ben ik al die tijd wel blijven luisteren naar en lezen over muziek. En dan blijft je hier en daar nog wel eens wat bij.
  6. suggesties gevraagd

  7. suggesties gevraagd

    Uitvoerende componisten hebben een lange geschiedenis. Met name omdat de muziekpraktijk van anno dazumal er totaal anders uitzag dan heden ten dage. Onder meer tot uitdrukking komend in het feit dat je alleen je eigen muziek speelde. En openbare concerten pas van later dateerden. Mijzelf het genoegen toestaand de barok te laten voor wat die is kom ik dan uit op de Franse vioolschool met Viotti, Kreutzer, Rode en Lafont. En de Belgische vioolschool, beginnend met De Bériot. De Bériot was eigenlijk een Nederlander want het was voor 1830, maar laat maar. Aardige muziek, maar in onze oren inmiddels allesbehalve virtuoos. Zeg maar met de moeilijkheidsgraad van de vioolconcerten van Mozart en Haydn. En allemaal mank gaand aan wat je zelf omschrijft als 'toneel voor de solist'. Iets dat overigens eerlijkheidshalve later ook nog terugkomt in de orkestbegeleiding bij de pianoconcerten van Hummel en voorts van zijn leerling Chopin. En in alle eerlijkheid, ook die van Mendelssohn. Stierlijk vervelend voor een orkestlid want hoe overbrug je een pauze van 72 maten in het langzame deel? Zonder er nou gelijk Kapellmeister Kreisler van E.T.A. Hoffmann bij te halen, met de komst van de Romantiek verandert er het nodige. Niet in het minst omdat door het optreden van Paganini de speeltechnische eisen fors werden opgeschroefd. De 19e eeuw is dan ook de tijd van de virtuositeit. Een fenomeen dat nu eigenlijk niet meer 'mag', want immers VRESELIJK oppervlakkig. Maar de bewoners van die eeuw hadden niet zo'n last van iets als de smaakpolitie, dus hadden componerende vioolvirtuozen als Vieuxtemps, Lipinski, Ysaÿe, de Sarasate,Wieniawski, en Heinrich Ernst (de beste violist van de 19e eeuw volgens Joseph Joachim), veel succes met hun pizzicato voor de linkerhand, dubbelflagoletten, ingewikelde streeksoorten en octaven met vingerzetting. Overigens excelleerden de laatste drie violisten ook nog eens in het genre 'operafantasie' (en niet alleen de Carmenfantasie) en dat leidt tot bijzonder spectaculaire resultaten. Zoals bijvoorbeeld de Sarasate's fantasie over thema's uit de 'Zauberflöte' van Mozart. Natuurlijk waren er ook serieuze, componerende, violisten die het zichzelf en collega's al evenmin gemakkelijk maakten. Ik denk dan aan de drie vioolconcerten van Joseph Joachim en zijn variaties in E klein voor viool en orkest (of piano). Het bijzonder lastige, tweede, 'Hongaarse' vioolconcert maakte tot in de jaren twintig nog deel uit van het standaard repertoire, maar is daar inmiddels uit verdwenen. Misschien omdat het afbreukrisico voor violisten bij een openbare uitvoering van dit werk, of bijvoorbeeld het concert van Ernst, erg groot is. Tja, en dan heb je ook nog pianisten. Eerlijk gezegd niet zo mijn terrein. Het archetype van de virtuoos was en is natuurlijk Franz Liszt. En na hem een lange rij epigonen zoals Franz Xaver Scharwenka en von Sauer. Ik weet eigenlijk niet of je, behoudens zijn Paganini-variaties, de pianoconcerten van Rachmaninoff als virtuoos moet beschouwen. Bijzonder moeilijk, en met name zijn derde concert, zijn zij wel maar dat geldt evenzeer de twee concerten van Brahms. Het eerste concert van Brahms is ooit eens omschreven als 'Im Hölle der Oktav-Triller'. Misschien zijn de vijf pianoconcerten van Saint-Saëns nog een aanveling waard. Of het tweede pianoconcert van Tchaikovsky. Maar dat was weer geen 'echte' pianist maar een componist die pianisten in dit geval voor een grote uitdaging plaatst. Maar als er behoefte is aan echt 'gooi- en smijtwerk' op de piano, probeer dan eens het 4e pianoconcert van Anton Rubinstein. Nog altijd een verplicht werk in Rusland. Virtuositeit vraagt veel techniek. Maar technisch veel vragende werken zijn niet altijd virtuoos. Denk maar aan het vioolconcert van Schönberg. Die zich overigens in zijn graf zou omdraaien bij de gedachte dat iemand zijn muziek in verband zou brengen met iets als virtuositeit. Laat staan Romantische virtuositeit. Een paar kleine kanttekeningen. Ofschoon Chopin door tijdgenoten als een betere pianist werd beschouwd dan Liszt, gaf Chopin niet veel concerten. Naar zeggen speelde zijn gezondheid hierin een rol. Maar eerlijk gezegd had hij ook niet veel op met iets als publiek optreden. En tenslotte had hij er ook geen probleem mee op de zak van een ander te leven. Mahler is zijn leven lang een gevierd dirigent geweest. En dat uitvoeren van eigen werk viel wel mee, want zijn muziek werd in Wenen volstrekt niet gepruimd. Ondanks het feit dat hij, ter wille van zijn benoeming tot dirigent van de 'Staatsoper' en het Weens philharmonisch orkest, het geloof van zijn voorvaderen verliet en toetrad tot het Katholicisme.
×