Jump to content
High-End Forum

Anathema

Members
  • Content Count

    12
  • Joined

  • Last visited

About Anathema

  • Rank
    Lid

Profile Information

  • Gender
    Male
  • Location
    Voorburg
  • Interests
    Historische opnamen en buizenversterkers

Recent Profile Visitors

The recent visitors block is disabled and is not being shown to other users.

  1. Lang geleden heb ik ook van die, qua formaat, bakbeesten gebouwd. Over het algemeen transmissielijnen. Een daarvan was de 'State-of-the-art-loudspeaker. Een ontwerp van Atkinson. Een vierweg systeem met vijf luidsprekers. Met de typerende luidsprekerbezetting van die tijd: KEF B139, KEF B110, tweemaal Celestion (de ontwerper beschikte alleen over de 16-ohms versie dus heeft er maar twee parallel gezet. En voor het hoogste hoog de Coles tweeter. Hij klonk wel aardig. Zij het niet met mijn EL34 balansversterker in triode, dus dat werd een V-fet versterker. Een paar jaar later kreeg ik een onderzoek naar de afstraalkarakteristiek van deze luidspreker onder ogen. En dat zag er niet echt gezond uit, want de luidsprekereenheden interfereerden nogal met elkaar. Op zich een meettechnische vaststelling, dus vraag ik mij af of die interferentie ook tot uitdrukking komt in het geluid. Door bijvoorbeeld versmering of zo.
  2. Tubejack, Bedankt voor het advies en de verhelderende bijdrage voor wat betreft 'jacmusic'.
  3. Sinds een jaar of tien heb ik een Melody SP9 (KT88 balanstrap). Eerlijk gezegd is de versterker niet al te intensief gebruikt, hooguit een jaar. En nadien heeft het apparaat geamuseerd vastgesteld dat de muzikale verschillen tussen mijn vrouw en mij muziek in de huiskamer uitsloot. Dus is de versterker inmiddels helemaal uitgerust en is uiteindelijk in mijn hok beland. De eindbuizen hebben een opdruk van Melody, maar zullen wel van Chinese herkomst zijn. Geen idee welke. Maar ondanks het beperkte gebruik van de versterker wil ik toch eens kijken of het beter kan. Misschien is er naar de ervaring van iemand hier een merk dat er boven uitsteekt. Geen NOS graag, want die fancy prijzen weiger ik te betalen. In mijn hok heb ik tot voor kort geluisterd naar een Lafayette Bocama eindtrap à la van Willenswaard. Ik gebruikte hiervoor tot mijn grote tevredenheid Sovtek EL84M buisjes. Dus vraag ik mij af of Sovtek mogelijk ook is aan te bevelen voor KT88 buizen.
  4. Arpeggione betekent in de muziekuitvoeringspraktijk 'harpachtig'. Maar in het geval van deze compositie van Schubert betreft het een nieuw-bedacht instrument waarvoor Schubert een sonate schreef. Maar tegen de tijd dat die compositie in druk verscheen was dit instrument alweer uitgestorven. Dus behelpt men zich tegenwoordig maar met een cello of altviool.
  5. De persoon in kwestie heette Alessandro Moreschi en wat hij zingt (zong?) is het 'Ave Maria' van Bach/Gounod. Een monstrum waarvoor Gounod in alle opzichten verantwoordelijk is en niet Bach (die schreef alleen een prelude bestaande uit gebroken akkoorden en daarbij is Mariaverering ook niet echt Luthers). De opnamen, want er zijn er meerdere, zijn van rond 1904 en gemaakt door 'Gramophone & Typewriter'. Er is sprake van een aantal solo's gezongen door Moreschi en opnamen van het koor van de Sixtijnse Kapel waarvan Moreschi deel uitmaakte. Het is mogelijk dat G & T een rariteit voor de 'eeuwigheid' wilden vastleggen. Maar in aanmerking nemend dat G & T in die tijd ook opnamen maakte van de Sarasate, Joachim en naar ik meen ook Wilhelmj, doet eerder vermoeden dat gewoon geld verdienen als uitgangspunt diende. Gewoon een nieuw businessmodel. De omstandigheden waaronder die opnamen technisch tot stand kwamen, zijn mij niet bekend. De opname in mijn bezit (als ik hem nog heb) kwam overigens niet van een uiterst zeldzame 78-toerenplaat maar gewoon van een EMI-verzamel LP uitgebracht omdat EMI (plus HMV/Capitol en G & T) zoveel jaren bestond. De plaat omvatte meer rariteiten zoals de stemmen van allang dode vorsten, bekende Engelsen zoals Florence Nightingale en de Ier Bernard Shaw en enkele artiesten. Plus het geluid van het afvuren van Engelse gifgasgranaten ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Ach ja. Terugkomend op Moreschi, De hiervoor genoemde opname van het Ave Maria is te beluisteren via zowel YouTube als een aantal Wikipediapagina's.
  6. Tja, castraten. De voornaamste reden van hun bestaan, afgezien van het feit dat in sommige streken zangeressen niet op prijs werden gesteld, had van doen met het feit dat zij hetzelfde konden als zangeressen, maar dit alleen veel langer volhielden. Vandaar die soms wat opmerkelijk lange aria's uit die tijd. Een aantal was nogal beroemd, dus lijkt het mij dat wel geklonken moet hebben. Ik beschik over één opname van een castraat. En om eerlijk te zijn klinkt het of de (onverdoofde) operatie nog gaande is. De opmerking aangaande virtuositeit is inderdaad van mijn kant wat erg kort door de bocht geformuleerd. Want de mate van vocale virtuositeit zoals wij die nu kennen gaat zelfs terug tot voor Händel. En er zijn nog altijd zangeressen die toch wat moeten wegslikken als zij voor de de rol van de Koningin van de nacht uit de 'Zauberflöte' van Mozart worden gevraagd. Want in een opnamestudio kan er veel worden 'gerepareerd', maar op het podium sta je er volstrekt alleen voor. En zo dik gezaaid zijn dramatische coloratuursopranen (met stalen zenuwen) nou ook weer niet. Maar ook als ik in aanmerking neem dat van Beethoven minstens één uiterst lastige pianosonate op zijn geweten heeft (de 'Hammerklaviersonate'), had de virtuositeit van die tijd toch met name betrekking op iets als vingervlugheid. Zoals bijvoorbeeld bij Mendelssohn, von Weber, Herz en Hummel. En dat verschilt toch wel van de enorm opgeschroefde eisen die in het laatste kwart van de 19e eeuw aan pianisten werden gesteld. Voorbeelden te over: Islamey van Balakirev en Godovsky die de etudes van Chopin zodanig arrangeert dat zij bijna onspeelbaar zijn. Niet voor hem overigens. Wat later, 'Gaspard de la nuit' van Ravel. Of Samuel Feinberg die het 3e deel van de 6e symfonie van Tchaikovsky voor piano bewerkt. Gewoon, niet om te spelen maar om te kijken of het kan. Nou het kon. Lazar Berman speelde het zelfs, tot verbijstering van iedereen. Of het er mee te maken had dat Berman in zijn studietijd 14 uur per dag oefende weet ik niet. Maar wel dat hij, toen het Italiaanse publiek bleef zeuren om nog een toegift, hij er nog het laatste deel van een pianosonate van Chopin tegenaan gooide. Maar uit balorigheid spelend met gekruiste handen. Eerlijk gezegd ben ik bijzonder gesteld op virtuositeit. Want het leven kan niet zonder, of het nou om muziek, schilderkunst of voor mijn part driebanden gaat. 'Night in Tunisia' met Charly Parker en Dizzy Gillespie. Of, iets minder lang geleden, 'Going home' door 'Ten years after' op Woodstock. Want ik zat wel op het puntje van mijn stoel.
  7. Ter geruststelling, mijn bijdrage is uit het hoofd gecomponeerd. De mogelijke 'names dropping' ten spijt. En beslist niet bedoeld 'pour épater les bourgeois'. Tot zover deze kleine verantwoording. Ik ben op mijn 6e jaar met vioollessen begonnen (moest van mijn moeder die op haar beurt haar manier van opvoeden weer baseerde op die van haar Wagneriaanse moeder met alle beperkingen van dien) en ik ben nu 65 jaar verder. De vioollessen verliepen kennelijk naar wens en dientengevolge kwam ik op het conservatorium terecht. Helaas randde ik op mijn 19e jaar met mijn (een oude leger Matchless) motorfiets een Lelijke Eend aan. Niet alleen die 2CV was gedefloreerd, maar ook mijn linkerhand. Ik heb vervolgens dertig jaar geen viool meer aangeraakt, maar het nadien weer geprobeerd. Om het vriendelijk te formuleren: op den duur ging het wel weer. Een beetje. Uiteraard ben ik al die tijd wel blijven luisteren naar en lezen over muziek. En dan blijft je hier en daar nog wel eens wat bij.
  8. Uitvoerende componisten hebben een lange geschiedenis. Met name omdat de muziekpraktijk van anno dazumal er totaal anders uitzag dan heden ten dage. Onder meer tot uitdrukking komend in het feit dat je alleen je eigen muziek speelde. En openbare concerten pas van later dateerden. Mijzelf het genoegen toestaand de barok te laten voor wat die is kom ik dan uit op de Franse vioolschool met Viotti, Kreutzer, Rode en Lafont. En de Belgische vioolschool, beginnend met De Bériot. De Bériot was eigenlijk een Nederlander want het was voor 1830, maar laat maar. Aardige muziek, maar in onze oren inmiddels allesbehalve virtuoos. Zeg maar met de moeilijkheidsgraad van de vioolconcerten van Mozart en Haydn. En allemaal mank gaand aan wat je zelf omschrijft als 'toneel voor de solist'. Iets dat overigens eerlijkheidshalve later ook nog terugkomt in de orkestbegeleiding bij de pianoconcerten van Hummel en voorts van zijn leerling Chopin. En in alle eerlijkheid, ook die van Mendelssohn. Stierlijk vervelend voor een orkestlid want hoe overbrug je een pauze van 72 maten in het langzame deel? Zonder er nou gelijk Kapellmeister Kreisler van E.T.A. Hoffmann bij te halen, met de komst van de Romantiek verandert er het nodige. Niet in het minst omdat door het optreden van Paganini de speeltechnische eisen fors werden opgeschroefd. De 19e eeuw is dan ook de tijd van de virtuositeit. Een fenomeen dat nu eigenlijk niet meer 'mag', want immers VRESELIJK oppervlakkig. Maar de bewoners van die eeuw hadden niet zo'n last van iets als de smaakpolitie, dus hadden componerende vioolvirtuozen als Vieuxtemps, Lipinski, Ysaÿe, de Sarasate,Wieniawski, en Heinrich Ernst (de beste violist van de 19e eeuw volgens Joseph Joachim), veel succes met hun pizzicato voor de linkerhand, dubbelflagoletten, ingewikelde streeksoorten en octaven met vingerzetting. Overigens excelleerden de laatste drie violisten ook nog eens in het genre 'operafantasie' (en niet alleen de Carmenfantasie) en dat leidt tot bijzonder spectaculaire resultaten. Zoals bijvoorbeeld de Sarasate's fantasie over thema's uit de 'Zauberflöte' van Mozart. Natuurlijk waren er ook serieuze, componerende, violisten die het zichzelf en collega's al evenmin gemakkelijk maakten. Ik denk dan aan de drie vioolconcerten van Joseph Joachim en zijn variaties in E klein voor viool en orkest (of piano). Het bijzonder lastige, tweede, 'Hongaarse' vioolconcert maakte tot in de jaren twintig nog deel uit van het standaard repertoire, maar is daar inmiddels uit verdwenen. Misschien omdat het afbreukrisico voor violisten bij een openbare uitvoering van dit werk, of bijvoorbeeld het concert van Ernst, erg groot is. Tja, en dan heb je ook nog pianisten. Eerlijk gezegd niet zo mijn terrein. Het archetype van de virtuoos was en is natuurlijk Franz Liszt. En na hem een lange rij epigonen zoals Franz Xaver Scharwenka en von Sauer. Ik weet eigenlijk niet of je, behoudens zijn Paganini-variaties, de pianoconcerten van Rachmaninoff als virtuoos moet beschouwen. Bijzonder moeilijk, en met name zijn derde concert, zijn zij wel maar dat geldt evenzeer de twee concerten van Brahms. Het eerste concert van Brahms is ooit eens omschreven als 'Im Hölle der Oktav-Triller'. Misschien zijn de vijf pianoconcerten van Saint-Saëns nog een aanveling waard. Of het tweede pianoconcert van Tchaikovsky. Maar dat was weer geen 'echte' pianist maar een componist die pianisten in dit geval voor een grote uitdaging plaatst. Maar als er behoefte is aan echt 'gooi- en smijtwerk' op de piano, probeer dan eens het 4e pianoconcert van Anton Rubinstein. Nog altijd een verplicht werk in Rusland. Virtuositeit vraagt veel techniek. Maar technisch veel vragende werken zijn niet altijd virtuoos. Denk maar aan het vioolconcert van Schönberg. Die zich overigens in zijn graf zou omdraaien bij de gedachte dat iemand zijn muziek in verband zou brengen met iets als virtuositeit. Laat staan Romantische virtuositeit. Een paar kleine kanttekeningen. Ofschoon Chopin door tijdgenoten als een betere pianist werd beschouwd dan Liszt, gaf Chopin niet veel concerten. Naar zeggen speelde zijn gezondheid hierin een rol. Maar eerlijk gezegd had hij ook niet veel op met iets als publiek optreden. En tenslotte had hij er ook geen probleem mee op de zak van een ander te leven. Mahler is zijn leven lang een gevierd dirigent geweest. En dat uitvoeren van eigen werk viel wel mee, want zijn muziek werd in Wenen volstrekt niet gepruimd. Ondanks het feit dat hij, ter wille van zijn benoeming tot dirigent van de 'Staatsoper' en het Weens philharmonisch orkest, het geloof van zijn voorvaderen verliet en toetrad tot het Katholicisme.
×
×
  • Create New...