Jump to content

thingman

Members
  • Posts

    3325
  • Joined

  • Last visited

Personal Information

  • Gender
    Male

Recent Profile Visitors

The recent visitors block is disabled and is not being shown to other users.

  1. Ongetwijfeld niet.
  2. Dat is inderdaad het ideaalst.
  3. 30 cm voor de wand is geen punt, maar ik snap niet wat je met "de dragers van de diffusers" bedoelt...
  4. René heeft het volgens mij over diffusers...
  5. Vuistregel is dat het midden van de paneelhoogte op tweeter-/middentonerhoogte komt, wat (meestal) tevens oorhoogte is. De paneelhoogte heeft geen echte limiet. Bij 120 cm heb je 60cm onder en 60cm boven oorhoogte, wat wel een mooi streven is. De wanden zullen hard zijn voor midden en hoog, wat op zich niet heel erg is, behalve op de cruciale plekken (vroege reflectiezones). Als die goed zijn aangepakt mag de ruimte best heel levendig blijven, dat zal de ambiance ten goede komen. Jou kennende neem je de tijd. Het zal dus vast vanzelf duidelijk worden wat qua opstelling en basis het beste is. Je kunt experimenteren met de diffusers door ze ergens los op te zetten op verschillende hoogte, maar dat had je zelf ook vast al bedacht...
  6. Ziet er fraai uit René! Ik zie bijna een voorwand met wit geschilderde diffusers voor me. Die mogen nl. wel iets hoger hangen...
  7. Welnee, dat is een invulling van jou zelf. Business as usual. Vergeet maar niet dat ik nog nooit uit mezelf hierover ben begonnen op dit forum. Ik reageerde hier gewoon op andermans opmerking in dit topic. Voorts heb ik zelf nog nooit over "ideale maten" gesproken. Wat ook logisch is. "Ideale maten" (zoals in "gulden snede") bestaan namelijk niet. Er bestaat echter wel een veelheid aan ideale afmetingsverhoudingen en wel binnen zeer ruime grenzen en inhouden. Het standpunt dat ik aanhang is vrij simpel: probeer alle parameters rondom geluidsweergave zo goed mogelijk op orde te hebben binnen de gegeven mogelijkheden. Afmetingsverhoudingen kunnen inderdaad zelden worden geoptimaliseerd, maar ALS het wel kan is het een parameter die zoden aan de dijk zet.
  8. De afmetingsverhoudingen (l x b x h) zijn bepalend voor de verdeling van ruimteresonanties over de lage frequentieband van 20 tot 300 Hz. In een ruimte van bijv. 60 kuub die over goede afmetingsverhoudingen beschikt, komen theoretisch evenveel ruimteresonanties voor als in een 60 kuub ruimte met ongunstige afmetingsverhoudingen. In de goede ruimte zijn die resonanties (staande golven) mooi gelijkmatig verdeeld over de frequentieband van 20 tot 300 Hz, maar in een slechte ruimte is die verdeling ongelijkmatig. Ongunstig betekent in de praktijk dat een clustertje ruimteresonanties vlak bij elkaar ligt binnen een klein frequentiegebiedje, gevolgd door een 'leeg' gebied zonder staande golven, en dan een eindje verder weer een clustergebied en weer een leeg gebied. Enzovoorts. Het is de evenredige verdeling van ruimteresonanties die, in combinatie met een goede opstelling van luidsprekers en luisterplaats, kan zorgen voor die felbegeerde puike laagweergave. Het fenomeen heeft dus niets te maken met het aantal ruimteresonanties, want dat aantal is weer gekoppeld aan de inhoud van een ruimte. Grote ruimtes hebben uit de aard der zaak veel meer staande golven dan kleine ruimtes, wat die laatste vaak juist problematisch kan maken in het sublaag onder 60Hz omdat er slechts een paar geïsoleerd liggende ruimteresonanties voorkomen en van een gelijkmatige verdeling al gauw geen sprake kan zijn. Lengte, breedte en hoogte hebben in principe een even groot gewicht in het geheel. Elk van de drie dimensies is namelijk in staat om afmetingsverhoudingen ten goede of ten kwade te keren.
  9. Als je niet kunt wat je wilt moet je willen wat je kunt.
  10. Dat kan wel kloppen met zo'n link...
  11. Na de Acoustats heeft Jerry nog een set Apogees (Stage) van mij overgenomen, dus die kan hij daar best wel hebben gehoord. Tussen de Acoustats en de Apogees in zat nog een andere (dynamische) luidspreker.
  12. thingman

    Spatial

    Natuurlijk kun je bij schuine wanden geen staande golven opbouwen. Dat is eigenlijk de ultieme niet-parallelle wandconstructie. Alleen is er meer... zulke ruimtes hebben wel weer nadelen voor de opbouw van een overtuigend ruimtelijk beeld, hoe je de boel verder ook opstelt tov die schuine wanden. Ze zorgen voor convergentie in het ruimtelijk beeld. Ze bundelen (versmallen) het geluidsveld enigszins. Overigens is dat wel een compromis waarmee heel wat beter te leven valt als met staande golven. Dan rest er niets anders dan beter matchende speakers te gaan zoeken.
  13. Het verschil tussen absorptie (demping) en diffusie (verstrooiing, ordening) is echter cruciaal: Diffusie neemt geen akoestische energie weg uit de ruimte, maar ordent deze. Demping neemt akoestische energie weg. Demping veroorzaakt dus een vorm van kleuring, aangezien dat wat er naartoe gaat geheel anders is als dat wat ervan terugkomt. Ergo: kleuring. Daarom kun je beter geen demping toepassen in strategische reflectiezones, maar wel overal elders waar het uiteraard heilzaam werk kan doen.
  14. Looptijdverschillen maken het verschil. Niet zozeer de hoeveelheid akoestische energie (die verandert niet heel veel), maar het moment waarop de achterwaarts afgestraalde golf zich mengt met de voorwaartse.
×
×
  • Create New...