Jump to content
High-End Forum

KT88

Members
  • Content Count

    54
  • Joined

About KT88

  • Rank
    Lid

Audio Set(s)

  • Hoofdset
    The Cat's Meow

Recent Profile Visitors

127 profile views
  1. Het is jammer dat ik niet de energie heb om een interessante discussie aan te gaan hierover. Laat ik het kort houden: wat is het verschil tussen leven en dood? Wat maakt dat dezelfde materie leeft en een moment later deze zelfde materie dood is? Wat ontbreekt er? En kun je dat meten? Zalig zijn de armen van geest. Ik wens jullie het allerbeste.
  2. Opbouw van statische ladingen bij droog weer kan leiden tot vonkoverslag. Dat is een heel kort moment van een enorm hoge spanning (denk in kilovolts) wat bijvoorbeeld een ingangstrap van een versterker kan vernielen. De technishe oplossing daarvoor is simpel: 2 dioden in sperrichting van de ingang naar zowel plus als min voedingsspanning bij zowel in- als uitgang. Deze leiden de hoogspanningspiekjes af naar de eigen voeding zodat de zaak heel blijft. Dat heeft geen invloed op de geluidskwaliteit en ik snap dan ook niet dat niet iedereen (in de highend) dat standaard toepast. Vrijwel alle middenmoot Japanners hebben dat namelijk wèl.
  3. Dat is een combinatie van de Z-out van de versterker en de Z-load van de belastende unit. Daartussen zit dan nog de verbindingskabel, waarvan de weerstand/impedantie verwaarloosd mag worden ten opzichte van de omringende impedanties. Uitzondering daarop: de kabel die van je element naar de phono-voorversterker gaat. Voor MM is de capaciteit van belang, voor MC de weerstand. Bij MIT kun je dan nog e.e.a. instellen op het kastje, ter compensatie. dat moet je met een scoop en een toongenerator doen, of je stelt de boel naar smaak in. De Z-out van een buizenversterkertrap ligt doorgaans vele malen hoger dan die van een transistor/IC trap. Samen met de kabel-capaciteit en de ingangsweerstand/capaciteit van de erop volgende trap ontstaat er een soort filterwerking met doorgaans een laagdoorlaatkarakteristiek, alsmede een spanningsdeler.
  4. Deze Astin Trew beschikt over een uitstekende DAC-sectie, een uitgeplozen analoge uitgangstrap (halfgeleiders en buizen) waarvan ook de hoofdtelefoon-uitgang profiteert, en een zeer stabiele, krachtige voeding. Daar is echt over nagedacht, en met daarbij gevoegd de modificaties heb je een kwaliteit verkregen die zelfs heden ten dage niet zo snel bereikt wordt. Inderdaad jammer dat het loopwerk van plastic is; aan de andere kant is dat qua uitlezing een bewezen kwaliteitsproduct van Philips, namelijk de CDM12.4. Dit loopwerk is nog gewoon verkrijgbaar, als imitatie maar zelfs ook nog als origineel Philips sparepart. Aangezien de speler verder zeer degelijk gebouwd en het loopwerkje feitelijk het enige slijtage-onderdeel is, zou mijn keuze zijn om een reserve-loopwerkje te kopen en fijn verder te spelen met de AT3500. Zeker als je een grote hoeveelheid CD's hebt.
  5. Voorop gesteld dat ik beide speakers nooit gehoord heb: De Bose lijkt me een opgewaardeerde 301 (die ik wèl ken), met dezelfde woofer en twee horn-achtige plastic tweeters binnen de conus van de woofer. Dat is niet echt ideaal voor het zo belangrijke middengebied, zodat ik een beetje vrees voor een boem-sis weergave. Daarbij is de rolrand van de woofer een schuim-type, welke na zoveel tijd zeer waarschijnlijk aan revisie/vervanging toe is. Dat moet je dus zeker controleren. Over de JVC lees ik eigenlijk niets dan lof; een wat onbekende en ondergewaardeerde weergever die, zo vanaf papier, de kwaliteit van de Boses verre overtreft. JVC staat niet zo bekend als speakerfabrikant, dus zou je wellicht verwachten dat het tegen zal vallen; volgens de reviews die ik heb gelezen zijn deze echter wel degelijk van goede kwaliteit. Zoiets komt wel vaker voor bij de Japanners: zo hebben bv. Sony en Kenwood ook van die Japan-only "toevalstreffers" terwijl wij hier alleen maar de kartonnen doosjes bij de minisetjes zagen. De Boses hebben wel het voordeel van een wat moderner uiterlijk, zeker met de voeten erbij. En ze zullen wat kleiner zijn dan de JVC's. Maar ik schat de JVC's qua weergave toch echt twee trappen hoger in.
  6. Welke hoofdtelefoon het ook wordt, het is wel raadzaam er een specifieke hoofdtelefoon-versterker bij te gebruiken. De hoofdtelefoon-driver in de AT speler is namelijk gewoon een opampje, dat nu eenmal beperkt is in stroom- en spanningslevering. Bijvoorbeeld Schiitt maakt fraaie versterkertjes, eventueel met een buis in de voortrap, voor alleszins redelijk geld.
  7. Ik ken er genoeg, zelfs en ook op dit forum. En puur voor mijzelf sprekend: het is de enige manier voor mij om nog enigszins met de hobby bezig te zijn.
  8. Beamen. Spreek dat nu eens op zijn Engels uit en kijk dan nog eens naar de meme. ;) Ik ben juist wel weer van de woordgrappen en -spelingen; soms wel wat vergezocht ja. Overigens ben ik niet dyslectisch, hoewel drie CVA's mijn taalgevoel en schrijfwijze wel beïnvloed hebben; het kost me gewoon méér moeite (en tijd) dan vroeger.
  9. MyFi* dus. Veel mensen die met samengeknepen billen spreken van HiFi als de rechte draad met versterking, hebben geen idee hoe de werkelijkheid klinkt. Ook al bezoeken ze concertzalen voor de referentie, thuis klinkt het altijd anders. Bovendien strookt zo'n bewering niet met het door velen geopperde "feit" dat het auditieve geheugen maar enkele seconden bedraagt (waar ik overigens niet in geloof). Vandaar mijn insteek "als het voor jou maar lekker klinkt", wat uiteraard ook die benadering van de rechte lijn kan zijn. De reden dat ik zo verslaafd ben aan Maggies heeft dus weinig tot niets te maken met HiFi, want ze wijken enorm af van de werkelijkheid alsook van het gros van de conventionele weergevers. Elders las ik iets over een beperkte sweet spot van vellen.......mijn ervaring staat daar haaks op. Wel is het zo dat ze buiten de sweetspot niet erg precies afbeelden, maar dat is ook absoluut niet mijn prioriteit. Bovendien zijn daar wel oplossingen voor (die buiten het bestek van dit topic en zelfs deze site vallen). * Effe mijzelf op de borst slaan: het is mijn overtuiging dat de introductie van het begrip MyFi door mij is gedaan in de jaren '90 in de rec.audio.* nieuwsgroepen. Daarvóór ben ik het nog nooit tegengekomen.
  10. De RIAA-weergave correctie voorziet in zowel versterking van het laag als verzwakking van het hoog (met kantelpunten 75, 318 en 3180 us). De inverse trap moet dus het omgekeerde doen.
  11. Dat genoemde kastje bevat een anti-RIAA filter + verzwakker en ziet er zó uit van binnen: Is wel via internet te koop of je kunt het (laten) bouwen, qua onderdelen stelt het weinig voor.
  12. In theorie is een transformator "transparant". Dat wil zeggen dat de eigen capaciteit, inductie en weerstand er niet/nauwelijks toe doen ten opzichte van de omringende waarden. Als er bijvoorbeeld bij een MC-stepup de impedantie/weerstands afsluitwaarde secundair 47 kohm is, dan wordt dat primair een factor (transformatiewaarde) kleiner. Evenzo met de capaciteit: ook die waarden verhouden zich met de transformatieverhouding. Dus ook C-load wordt met de transformatieverhouding verkleind, vanuit het element gezien. Daarbij maakt de capacitieve afsluiting bij een MC weinig/niets uit (maar wel weer bij een HO-MC). Het element "ziet" dus de transformator zelf niet, maar wel de getransformeerde ingangswaarden van de MM-phonostage.
  13. Stoute schoenen, waarschijnlijk.....
  14. KT88

    Gain

    Yep,die heb ik ook nog. Heel leerzaam boek.
×
×
  • Create New...